Categoriearchief: Stichting Geldbelangen

René Graafsma in beroep tegen woekerpolisuitspraak Kifid

René Graafsma gaat in beroep tegen een uitspraak van de Geschillencommissie in een woekerpolisdossier. Daarbij wordt hij gesteund door Vereniging Woekerpolis.nl en Stichting Geldbelangen. Volgens Graafsma is de uitspraak van de Commissie van Beroep essentieel voor het denken over woekerpolissen. Hij legt de Commissie in essentie de vraag voor of het redelijk en billijk is dat een verzekeraar – achteraf gezien – een-derde van het geld – van wat de consument heeft ingelegd en voor beleggen bestemd was – ten eigen bate heeft aangewend.

Kosten
Dit onder de noemer ‘kosten’. De Geschillencommissie had er geen problemen mee, want volgens die arbiters bestaat er ‘gewoon contractvrijheid’. Graafsma wil bij de Commissie van Beroep de opstelling van de Geschillencommissie aan de kaak stellen. De Geschillencommissie vindt verder dat de consument geen of weinig juridische onderbouwing heeft gegeven voor zijn claim. Dat heeft mede geleid tot afwijzing van de klacht. En dat vindt Graafsma niet terecht.

Achteraf bezien
In een casus, waarin Graafsma twee consumenten uit één huishouden bij staat, hebben deze consumenten in 2014 aan Nationale Nederlanden gevraagd wat er door hen tot dan toe was ingelegd, welk deel van die inleg als premie voor het overlijdensrisico was besteed en wat er vervolgens door de verzekeraar aan kosten is afgehaald voordat het geld aan ‘beleggen’ besteed werd. Er waren twee polissen. Volgens opgave van Nationale Nederlanden had de man (tot 2014) in totaal €39.760 naar NN over gemaakt. Daarvan besteedde NN €139 aan premie overlijdensrisicoverzekering. Van de rest (€39.621) ging €11.525 naar NN als kosten. Dat is 29% van het geld dat voor beleggen bestemd was. Bij de polis van mevrouw was er €15.588 betaald, ging er €37 naar premie ORV en ging er van de rest (€15.551) een bedrag van €5.549 naar NN. Dat was dus 35%!.

Juridische strijd
Graafsma: “Iedereen is maar bezig te stellen hoe slecht men vooraf – zelfs twintig, dertig jaar geleden – is voorgelicht en dat men daarom meer gecompenseerd moet worden. We zien daarin een juridische strijd die zijn weerga niet kent. Nationale Nederlanden heeft zelfs het Europese Hof er bij geroepen. Maar dat Hof vond het een te Nederlandse zaak zodat het nu weer op de bordjes van Nederlandse rechters ligt. Ik ben eind 2015 al begonnen met een andere insteek. Ik kijk met de consument achteraf wat er met zijn geld gebeurd is. En als dat volgens ons niet deugt gaan we claimen.”

NN bevestigd dat klant ‘het niet kon weten’
Graafsma baseert zich op een uitspraak van het Kifid van begin 2015, waaruit blijkt dat de Geschillencommissie een ‘kostenpercentage van 24’ veel te hoog vond. Het Kifid heeft de consument toen een extra compensatie toegekend. Bij terugrekenen blijkt de Geschillencommissie een kostenpercentage van 5 a 6 redelijk te vinden. “In de casus die ik de Geschillencommissie in oktober heb voorgelegd toonde ik aan dat het met de polissen van deze consumenten nog erger gesteld was. Een-derde is immers meer dan een kwart! Maar – zo vond de commissie – in die andere zaak had de verzekeraar vooraf gemeld dat de kosten verwaarloosbaar waren en in onze casus niet” zegt Graafsma. NN bevestigde tijdens de hoorzitting dat er niets over die een-derde inhouding was verteld aan de klant. “Dus” vult Graafsma aan: “als je als verzekeraar maar niets van te voren zegt, dan mag je gewoon een-derde van de inleg naar je toerekenen?! Het kan er bij mij niet in dat we dát in Nederland normaal vinden.”

Contractsvrijheid?
Graafsma vindt dat als het Kifid hier geen stelling tegen neemt de consumenten aan de grillen van verzekeraars zijn overgeleverd. Op basis van die contractsvrijheid. Maar de ‘gewone’ consument kan nooit helemaal doorvorsen hoe zo’n levensverzekering werkt. Graafsma vraagt zich zelfs af of alle financieel adviseurs het helemaal (kunnen) snappen.

Bewuste aanpak
In bepaalde publicaties na de uitspraak van de Geschillencommissie is gesuggereerd dat René Graafsma als gemachtigde de consument niet voldoende zou hebben bij gestaan. “Men heeft niet begrepen dat ik het bewust heel ‘klein’ heb gehouden en – gewoon zoals een consument zou doen – de kernvraag heb gesteld: mag een verzekeraar van het geld dat voor beleggen bestemd is een-derde in eigen zak steken? Zo nee is dan 5% – 6% wel een goede norm?” Met de consumenten, voor wie Graafsma in deze zaak als gemachtigde optreedt, is deze aanpak expliciet besproken en zij staan er volledig achter. Zij vinden het algemeen belang daarbij zeer belangrijk.

Kifid: laagdrempelig, normering en uniformering?
René Graafsma wil doorgaan naar het hoogste orgaan van het Kifid omdat het instituut – zo blijkt uit de statuten – niet alleen voor laagdrempelige klachtbehandeling in het leven geroepen is maar ook voor normering en uniformering. Daarom vertrouwt hij op de wijsheid van de Commissie van Beroep.

Woekerpolis.nl
Vereniging Woekerpolis.nl steunt deze beroepszaak van Graafsma omdat ze niet alleen de rechtszaken wil steunen waarin de consument stelt vooraf niet goed geïnformeerd te zijn over de beleggingsverzekeringen, maar nu ook hoe arbiters er tegen aan kijken als de consument achteraf vindt dat de verzekeraar hem tekort heeft gedaan.

Stichting Geldbelangen
Stichting Geldbelangen propageert al twee jaar dat er in feite een nationaal overleg moet komen om deze woekerpolisschandvlak in de Nederlandsche geschiedenis eindelijk een keer tot een einde te brengen. Geldbelangen stuit daarbij echter steeds op verzekeraars, die zich hebben ingegraven in hun schuttersputten en zeggen dat er al voldoende gecompenseerd is. Als de zaak van Graafsma daarin een bres kan slaan zal Geldbelangen dat sterk toejuichen.